| Zorgdenken gaat te veel over kosten |
Het denken over de zorg nu en in de toekomst moet veel meer gaan over kwaliteit dan over kostenbesparingen.Het continue en eenzijdige gehamer op de kosten is funest voor noodzakelijke vernieuwingen. Dat stelt prof. dr. Theo Poiesz, hoogleraar Economische Psychologie en bijzonder hoogleraar Management in de Zorg aan de TiasNimbas Business School in Tilburg. De bijzonder leerstoel is ingesteld door Actiz, de koepelorganisatie van ruim 600 instellingen in de verpleeg- en verzorgingshuiszorg, de jeugdgezondheidszorg, thuiszorg en kraamzorg. De zorgsector verandert in een hoog tempo. Traditionele instituten en organisaties krijgen concurrentie van nieuwe partijen op tal van werkterreinen. Nu nog voornamelijk uit binnenland; in de toekomst steeds meer ook uit het buitenland. Willen bestaande zorgaanbieders erbij blijven, dan zullen ze historisch gegroeide werkwijzen van zich af moeten werpen en op zoek moeten naar de sterke en unieke elementen in hun organisatie waarop ze (toekomstige) concurrenten kunnen verslaan. Dat strategisch denken vereist ander leiderschap in de zorg. De zorginstellingen zelf hebben daarom het voortouw genomen om via deze leerstoel hun managers op te leiden in dat nieuwe denken. Daarbij zal uitdrukkelijk ook aan de orde komen in hoeverre inzichten vanuit het bedrijfsleven en andere sectoren te gebruiken zijn in de zorg. Langzamerhand wordt duidelijk dat binnen de zorg veel meer innovatie mogelijk is dan gedacht. Er komt van alles in beweging en zorg is als aandachts- of werkgebied niet langer voorbehouden aan de partijen die dat van oudsher deden. Scholen doen aan preventie, bedrijven aan reïntegratie, de horeca ontdekt het zorghotel, woningcorporaties bieden zorg en wonen op maat, er komen nieuwe behandelcentra en therapieën op de markt en gemeenten zijn de nieuwe uitvoerders van de Wet Maatschappelijk Ondernemen (WMO). Poiesz: "We praten over een ander spel, op een ander speelveld, met nieuwe spelregels en nieuwe scheidsrechters. Alles verandert. Als het huidige management het traditionele speelveld als referentiepunt blijft beschouwen ziet het niet al die andere partijen die actief zijn zonder dat er het bordje 'zorg' opstaat. En dan worden ze links en rechts voorbij gelopen." De veranderingen kunnen volgens Poiesz gezien worden als 'een fantastische bedreiging of een geweldige kans'. Hij gaat voor de laatste optie, maar zal er wel op hameren dat de concurrentieslag een heilloze weg is, als die ontaardt in een negatieve competitie op kosten en prijs. "Kosten besparen op punten waar dat kan is prima, maar laten we alstublieft niet vergeten innovatie te stimuleren en waarde toe te voegen. In die zin is het ook goed dat zorginstellingen nu gedwongen worden ten opzichte van andere partijen duidelijk te maken wat ze te bieden hebben; wat hun meerwaarde is. Dan wordt ook vergelijken mogelijk. Een dergelijke manier van marketing-denken zijn ze niet gewend. Ook gemeenten moeten zich in dit opzicht professionaliseren. Op het moment dat ze niet de professionaliteit hebben om kwaliteitsverschillen te beoordelen en slechts focussen op prijs, veroordelen ze de zorgsector op termijn tot een drama. En daarmee uiteindelijk ook de patiënt of cliënt." En de zorgvrager? Die heeft volgens Poiesz tot nu toe weinig eigen verantwoordelijkheid en daardoor een kostenbesef van 'nul'. "Dat komt omdat ook de patiënt geen inzicht heeft in kwaliteitsverschillen. In de hele overgang naar het nieuwe zorgstelsel zie je mensen alleen kiezen op kosten, niet op kwaliteit, omdat hun het zicht daarop ontbreekt. De generatie ouderen die eraan komt wil best meer betalen voor comfort en luxe, maar de huidige zorgaanbieders zijn niet in staat zich onderscheidend op te stellen. Ja, op kosten, maar dat is alles behalve vernieuwend en geeft ruim baan aan andere (markt)partijen, die buiten de traditionele zorgsector opereren." |
Het denken over de zorg nu en in de toekomst moet veel meer gaan over kwaliteit dan over kostenbesparingen.